Waarom ik juist mét jonge kinderen wil leren opruimen

Waarom ik juist mét jonge kinderen wil leren opruimen

Laat ik maar meteen eerlijk beginnen: ik ben nooit iemand geweest bij wie het huis altijd netjes was.

Ook voordat ik kinderen had, werkte ik niet met handige schoonmaakschema’s of vaste opruimmomenten. Ik ruimde op wanneer ik vond dat het écht nodig was. Of wanneer er bezoek kwam, want weinig dingen werken zo motiverend als iemand die appt dat hij over een uur voor de deur staat.

Daarnaast vond ik het altijd moeilijk om spullen weg te doen. Kleine dingetjes met emotionele waarde, spullen die misschien ooit nog van pas zouden komen en materiaal voor toekomstige creatieve projecten. Dat laatste klinkt natuurlijk veel beter dan: een verzameling spullen waar ik waarschijnlijk nooit meer iets mee ga doen.

Ik bewaarde het allemaal voor de zekerheid. Alleen zorgt bewaren zonder overzicht er uiteindelijk vooral voor dat je niet meer weet wat je hebt.

Met kinderen werd het niet makkelijker

Inmiddels hebben we twee jonge kinderen en ontstaat de rommel ongeveer overal waar wij ons bevinden.

In de woonkamer ligt speelgoed dat niet allemaal een vaste plek heeft. En stom genoeg hebben we tegelijkertijd ook speelgoed dat wél een eigen plek heeft en netjes in bakken zit. Of hoort, eigenlijk, want ook het speelgoed mét vaste, eigen plek ligt regelmatig overhoop en wordt vervolgens simpelweg niet opgeruimd. In de gang staan schoenen, boodschappentassen, kinderrugzakjes en een plastic fietsje dat we liever niet buiten laten staan. De trap staat eigenlijk altijd vol met dingen waar we geen vaste plek voor hebben. De eettafel trekt ondertussen kleine spullen aan waarvan niemand precies weet waar ze thuishoren. En ondertussen kunnen we daardoor bijna nooit gezellig samen aan tafel samen eten als gezin.

De keuken doet gezellig mee. Op het aanrecht staat van alles waarvoor nog geen logische opbergplek bestaat. Eén mandje mag daar overigens van mij wél blijven staan. Daarin zitten de kindermessen en andere spullen waarmee de kinderen kunnen helpen in de keuken. Dat mandje heeft een duidelijke functie en een vaste plek. Blijkbaar is dat dus het geheim.

En dan hebben we de schone was nog.

Iedere slaapkamer heeft inmiddels een eigen wasmand voor schone kleding. In theorie een uitstekend systeem. In de praktijk belandt een groot gedeelte alsnog op onze slaapkamer, wachtend op iemand die tijd, energie en zin heeft om alles op te vouwen en in de kasten te leggen.

Overdag werk ik of ben ik met de kinderen. Naar boven gaan om kleding op te bergen, terwijl zij wakker zijn, blijkt lastig. Ondanks speelgoed, afleiding of even de televisie aan, levert mijn poging vaak vooral nieuwe rommel op. ’s Avonds slapen ze en kan ik niet uitgebreid in hun kamer gaan rommelen.

Zo blijft de was dus liggen. Inclusief de handdoeken, terwijl die qua opvouwen toch echt weinig ingewikkelde persoonlijkheden hebben.

Ik wil de rommel niet zomaar accepteren

Je hoort vaak dat je met jonge kinderen moet accepteren dat je huis rommelig is. En natuurlijk hoeft ons huis geen showroom te worden. Er wordt hier geleefd, gespeeld, gegeten en geknoeid.

Toch wil ik de rommel niet volledig als onvermijdelijk beschouwen.

Ik merk namelijk dat een druk huis ook onrust geeft. Niet alleen bij mij, maar mogelijk ook bij de kinderen. Als al het speelgoed voortdurend zichtbaar en beschikbaar is, is kiezen moeilijk. Er ligt ontzettend veel, maar juist daardoor wordt met sommige dingen nauwelijks gespeeld. En ik wéét dat het anders kan.

Ik wil graag dat ze leren bedenken waar ze zin in hebben. Willen ze bouwen, tekenen, lezen of iets verzinnen? Wat kunnen ze nog doen tot het etenstijd is? Daarvoor hebben ze volgens mij niet nóg meer speelgoed in beeld nodig, maar juist ruimte en overzicht.

Mijn wens is dus geen perfect gestyled huis waarin kinderen alleen op kleur gesorteerd houten speelgoed mogen aanraken. Ik wil een rustig huis waarin spullen een vaste plek hebben, niet alles tegelijkertijd zichtbaar is en er ruimte overblijft om echt te spelen.

Opruimen blijft voor mij moeilijk

Ik zou hier graag vertellen dat ik inmiddels het ideale systeem heb gevonden. Dat heb ik niet.

Ik probeer spullen vaker op dezelfde plek terug te leggen. Ik gebruik meer opbergboxen en doe iets sneller iets weg dan vroeger. Maar er is nog geen vaste routine en ik vind het nog steeds moeilijk om overzicht te krijgen.

Soms doe ik bewust niets. Omdat ik moe ben, maar ook omdat ik niet vind dat één persoon in huis verantwoordelijk hoort te zijn voor alles wat opgeruimd, uitgezocht en opgeborgen moet worden. Huishoudelijke taken hebben sowieso de bijzondere eigenschap dat ze vooral zichtbaar lijken te zijn voor degene die zich eraan stoort.

Daar ligt voor ons dus nog een uitdaging.

Kinderen voelen feilloos aan wat weg mag

Spullen wegdoen met kinderen heeft trouwens nog een extra moeilijkheidsgraad.

Speelgoed kan maandenlang onaangeraakt in het zicht liggen. Niemand kijkt ernaar. Niemand speelt ermee. Tot ik besluit dat het weg kan en het in een doos voor de kringloop leg.

Blijkbaar gaat er dan ergens een onhoorbaar alarm af.

Ineens wordt het teruggevonden en is het speelgoed belangrijker dan ooit. Zonder dat ik ook maar heb uitgesproken dat ik het wilde wegdoen. Alsof kinderen op afstand kunnen aanvoelen dat hun vergeten plastic bezit het huis dreigt te verlaten.

En dus twijfel ik weer.

Geen perfect huis, wel meer rust

Ik ben RUNA Home niet begonnen omdat ik zelf alles perfect op orde heb. Misschien juist wel omdat ik weet hoe lastig het is als spullen geen plek hebben, je weinig overzicht ervaart en het dagelijks leven gewoon doorgaat.

Ik zoek geen systemen waarvoor ik eerst mijn hele persoonlijkheid moet veranderen. Ik zoek praktische oplossingen die passen bij een druk gezin: duidelijke opbergplekken, minder spullen in het zicht en producten die niet alleen handig zijn, maar ook prettig in huis staan.

Ons huis is nog niet zo rustig als ik graag zou willen. Maar ik weet inmiddels wel waar ik naartoe wil.

Niet naar perfectie. Wel naar een huis waarin we om ons heen kunnen kijken zonder dat ieder oppervlak iets van ons vraagt. Waar de kinderen kunnen spelen zonder overweldigd te worden door alles wat ze hebben. En waar ik niet eerst een eettafel vol mysterieuze losse spullen hoef te verplaatsen om ergens te kunnen zitten.

Dat lijkt me voorlopig een mooi en vooral realistisch doel.

Terug naar blog

Reactie plaatsen